BRL 5023 is de beoordelingsrichtlijn voor het KOMO-procescertificaat voor het meten van trillingen, vastgesteld op 2 januari 2013 met een wijzigingsblad uit 2015. Achttien bedrijven in Nederland hebben het certificaat. Dit staat erin.
BRL 5023 is de nationale beoordelingsrichtlijn voor het KOMO-procescertificaat voor het proces van het meten van trillingen. De richtlijn dateert van 2 januari 2013, heeft een wijzigingsblad uit 2015 en wordt beheerd door SKG-IKOB Certificatie. Achttien bedrijven in Nederland hebben het certificaat.
Wat is BRL 5023?
BRL 5023 gaat over het meten van trillingen om schade aan gebouwen en hinder voor personen te voorkomen. In het KOMO-register staat hij onder de langere naam “Omgevingsbeïnvloeding door bouw- en sloopactiviteiten”, en dat dekt de lading precies. De richtlijn is bedoeld voor werk waarbij de omgeving iets merkt van wat jij doet.
Net als BRL 5024 leidt hij tot een procescertificaat. Het gaat dus niet over een product maar over de manier waarop een bureau werkt. Het certificaat geldt bovendien alleen als in het contract met de opdrachtgever staat dat er conform dat procescertificaat wordt gewerkt.
De vier stappen die BRL 5023 voorschrijft
De richtlijn knipt het meten op in vier onderdelen, en die volgorde is niet vrijblijvend.
1. Het schouwen van belendingen
Voordat er iets gemeten wordt, bekijk je de panden om het werk heen. Dit is het moment waarop je ziet welke gebouwen gevoelig zijn en waar meetpunten moeten komen. Het is iets anders dan een volledige bouwkundige opname, die onder BRL 5024 valt.
2. Het opstellen van een plan van aanpak
Daarin staat waar gemeten wordt, hoe lang, met welke apparatuur en tegen welke waarden de meting wordt afgezet. Sinds het wijzigingsblad van 2015 moet het werk ook aantoonbaar conform dat plan worden uitgevoerd, en moeten afwijkingen met financiële of technische gevolgen gemotiveerd worden gemeld. Je mag dus afwijken, maar niet stilletjes.
3. De uitvoering van de trillingsmetingen
De meting zelf, volgens de SBR-richtlijnen deel A of deel B. Deel A gaat over schade aan bouwwerken, deel B over hinder voor personen in gebouwen.
4. De validatie van de meetresultaten
De stap die in de praktijk het vaakst wordt overgeslagen. Ruwe meetdata zegt pas iets als iemand heeft vastgesteld dat de meting klopt. Een piek kan een heistelling zijn, maar ook een vrachtwagen die tegen de meter aan rijdt.
Wat BRL 5023 eist van de meetapparatuur
Hier wordt de richtlijn concreet, en dit zijn de punten waarop je een meetbureau kunt controleren.
De apparatuur moet voldoen aan hoofdstuk 7 en bijlage 1 van de SBR-richtlijnen. Er moet een kalibratiecertificaat zijn dat niet ouder is dan twee jaar. En op verzoek moet het bureau het Nederlandstalige datablad van de gebruikte meter kunnen overleggen, conform hoofdstuk 10 van DIN 45669-1.
Die twee jaar is het makkelijkst te controleren en het vaakst de zwakke plek. Vraag er gewoon naar. Een meter met een verlopen kalibratie levert cijfers op waar in een discussie achteraf niets mee te beginnen valt.
Voor de mensen geldt dat ze aantoonbaar kennis en ervaring moeten hebben en bekend moeten zijn met de apparatuur. Een certificaat van de SBR-verdiepingscursus Trillingsrichtlijnen in de praktijk geldt als bewijs daarvan.
Wat BRL 5023 juist niet regelt
Dit wordt zelden benoemd en het scheelt in de praktijk veel verwarring. De richtlijn sluit het analyseren van schadebeelden en het adviseren uitdrukkelijk uit.
BRL 5023 dekt dus de meting en de validatie. Hij dekt niet de vraag of die scheur in de gevel door jouw heiwerk komt. Dat is schade-expertise, en dat is een ander vak met een ander kader.
De richtlijn bevat ook zelf geen grenswaarden. Die staan in de SBR-richtlijnen, waar BRL 5023 naar doorverwijst. En daar zit een kwestie die het vermelden waard is.
BRL 5023 verwijst nog naar een SBR-richtlijn uit 2010
De BRL-tekst noemt SBR deel A in de uitgave van 2010. SBR-richtlijn A is daarna herzien en de huidige editie is van 2017. Het wijzigingsblad van 2015 heeft die verwijzing niet bijgewerkt.
Dat is geen formaliteit, want er is in 2017 inhoudelijk het een en ander veranderd. De titel ging van schade aan gebouwen naar schade aan bouwwerken, er kwam een tabel met de ordegrootte van de schadekans bij, er gelden nieuwe funderingsgrenswaarden op basis van onderzoek van Deltares, en bij trillingsgevoelige funderingen worden nu drie meetpunten gebruikt in plaats van twee.
Het meest verwarrende punt: gebouwcategorie 3 is in 2017 vervallen en vervangen door een veiligheidsfactor, 1,7 voor monumentaal. Toch staat categorie 3 nog in menig bestek en in menig oud meetrapport.
Kom je een rapport tegen dat naar SBR-A verwijst, kijk dan welke editie bedoeld wordt. Het verschil zit niet in de cijfers achter de komma maar in de systematiek.
Is BRL 5023 verplicht?
Niet wettelijk. Certificering is vrijwillige kwaliteitsborging; de verplichting ontstaat in het bestek of het contract.
Let op het verschil tussen de meting en de certificering. De méting kan wel degelijk wettelijk voorgeschreven zijn. Artikel 7.18 van het Besluit bouwwerken leefomgeving verwijst voor trillinghinder bij bouw- en sloopwerk naar tabel 4 van SBR deel B, en ook het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat waarden die op de SBR-richtlijn zijn gebaseerd. Je kunt dus verplicht zijn te meten zonder dat je verplicht bent een gecertificeerd bureau in te schakelen.
Waarom je dat toch zou doen: bij een geschil is de vraag niet of er gemeten is, maar of de meting standhoudt. Een procescertificaat legt vast dat de apparatuur gekalibreerd was, dat er een plan van aanpak lag en dat iemand de resultaten heeft gevalideerd.
Wie is gecertificeerd voor BRL 5023?
Dat is openbaar. In het KOMO-register staan achttien bedrijven met een geldig BRL 5023-procescertificaat. Voor BRL 5024, de richtlijn voor bouwkundige vooropnamen, staan er veertien.
Leg die lijsten naast elkaar en er blijven elf bedrijven over die beide certificaten hebben. Quattro Expertise Noord B.V. in Zwolle is daar één van, met certificaatnummer SKGIKOB.012887.01.NL. Daarnaast is Quattro Expertise B.V. aangesloten bij het NIVRE, dat een eigen branche Monitoring Bouw en Infra kent voor experts die opnamen doen én meten aan trillingen, deformatie en scheurvorming.
Dat die twee bij één partij liggen is geen toevalligheid in de folder. Als een bewoner na het heien een scheur meldt, wil je de opname van voor de bouw en de meetdata van tijdens de bouw naast elkaar kunnen leggen zonder dat twee bureaus naar elkaar wijzen.
Wil je weten wat er op jouw project gemeten moet worden? Leg je vraag voor, dan kijken we samen naar de omgeving en het werk.
Gerelateerde diensten
Trillingsmeting
Voer je werkzaamheden uit die trillingen veroorzaken? Wij kunnen trillingen toetsbaar maken met een trillingsmeting.
Lees meerMonitoringsplan
Een monitoringsplan beschrijft de risico's en maatregelen voor de omgeving van een project.
Lees meerRealtime monitoring
Om schadeloos te bouwen monitoren onze sensoren jouw project 24/7, realtime en online.
Lees meerGerelateerde artikelen
BRL 5024: wat de richtlijn wel en niet regelt
BRL 5024 is de beoordelingsrichtlijn voor het KOMO-procescertificaat voor bouwkundige vooropnamen, vastgesteld op 3 oktober 2013. Veertien bedrijven in Nederland hebben het certificaat. Wat staat erin, en net zo belangrijk, wat staat er niet in?
Lees meerCategorie 3 bestaat al acht jaar niet meer
Ik kom nog bijna wekelijks een prognose of rapport tegen waarin een pand wordt getoetst aan categorie 3. Die categorie bestaat sinds 2017 niet meer.
Lees meerEen trillingsmeting bij een evenement met 8.000 studenten
Op donderdagavond 27 augustus stond er in het Leijpark in Tilburg een trillingsmeter op één vierkante meter gras. Daaromheen 8.000 eerstejaarsstudenten van Fontys. De vraag was simpel. Kun je meten hoeveel de grond beweegt als al die mensen tegelijk springen?
Lees meer