Ik kom nog bijna wekelijks een prognose of rapport tegen waarin een pand wordt getoetst aan categorie 3. Die categorie bestaat sinds 2017 niet meer.
Als ik zo’n rapport lees, weet ik meteen dat het op een verouderde editie is gebaseerd. Dat is niet altijd erg, maar het kan wel betekenen dat er te streng of juist te soepel is beoordeeld. En bij een discussie over schade is dat precies het punt waarop het misgaat.
Wat er in 2017 veranderde
De editie van 2002 werkte met drie categorieën bouwwerken. Categorie 1 voor draagconstructies van gewapend beton of hout, categorie 2 voor metselwerk, en categorie 3 voor grofweg alles met een monumentstatus of een slechte bouwkundige staat.
Dat derde bakje was in de praktijk een probleem. Wat “slechte bouwkundige staat” betekende, was een kwestie van expert judgement. De ene bouwkundige keek anders tegen een gevel aan dan de andere, en daar kwamen eindeloze discussies uit voort. Precies op het moment dat je duidelijkheid nodig hebt.
In de editie van 2017 is categorie 3 vervallen. Er zijn nog twee categorieën, en de kwetsbaarheid van een pand wordt nu geregeld met een veiligheidsfactor. Staat een pand er normaal bij en is het geen monument, dan is die factor 1,0. Is de bouwkundige staat gevoelig of gaat het om een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument, dan wordt het 1,7.
Waarom dat een verbetering is
Neem een monumentale bunker van gewapend beton. Onder de oude indeling viel die in categorie 3 en kreeg hij de strengste grenswaarden opgelegd, terwijl gewapend beton juist heel wat kan hebben. Nu valt hij in categorie 1 en wordt hij via de veiligheidsfactor beschermd. Dat past beter bij hoe het materiaal zich werkelijk gedraagt.
De checklist voor de bouwkundige staat helpt daar ook bij. Die leidt tot een puntentelling in plaats van een oordeel, en dat scheelt discussie achteraf.
Waarom er geen enkel getal bestaat dat overal klopt
De vraag die ik het vaakst krijg is wat de grenswaarde nou is. Mensen willen één getal in millimeter per seconde. Dat getal bestaat niet.
Je begint bij een karakteristieke waarde en deelt die door twee factoren. De eerste is de veiligheidsfactor die ik hierboven beschreef. De tweede gaat over het type trilling. Een kortdurende trilling krijgt factor 1,0. Herhaald kortdurende trillingen, zoals heiwerk of passerend verkeer, krijgen 1,5. Continue trillingen krijgen 2,5, omdat een bouwdeel dan de tijd krijgt om in resonantie te raken.
Daar komt nog bij hoe nauwkeurig je meet. Een uitgebreide meting rekent met factor 1,0, een beperkte met 1,4 en een indicatieve met 1,6. Onzekerheid betaal je terug in strengheid.
Een monument onder continue trillingen dat indicatief wordt gemeten, wordt daardoor ruim zes keer zo streng beoordeeld als een gewoon pand onder een kortdurende trilling dat uitgebreid is gemeten. Wie één getal noemt zonder die context erbij, zegt eigenlijk niets.
Wat je moet doen als je categorie 3 tegenkomt
Vraag om een herbeoordeling volgens de editie van 2017. Niet om vervelend te doen, maar omdat een toetsing aan een vervallen categorie in een schadediscussie geen stand houdt. Ik heb meegemaakt dat een rechter daar doorheen prikt, en dan sta je met lege handen terwijl je gewoon netjes had gemeten.
De volledige richtlijn met de karakteristieke waarden per categorie en frequentiebereik is een uitgave van SBRCURnet. Wij werken er dagelijks mee. Twijfel je over een rapport dat op je bureau ligt, stuur het gerust op, dan kijk ik ernaar.
Meer over wat de SBR-richtlijnen ons hebben opgeleverd lees je in dit artikel. Hoe wij trillingen meten en toetsen staat op onze pagina over trillingsmeting.
Gerelateerde diensten
Trillingsmeting
Voer je werkzaamheden uit die trillingen veroorzaken? Wij kunnen trillingen toetsbaar maken met een trillingsmeting.
Lees meerTrillingsprognose
Wij maken door een brede analyse een voorspelling van het verwachte trillingspatroon in de omgeving.
Lees meerMonitoringsplan
Een monitoringsplan beschrijft de risico's en maatregelen voor de omgeving van een project.
Lees meer