Wat heeft de update van de SBR Richtlijnen 2017 – deel A, ons opgeleverd?

De hernieuwde SBR Richtlijnen 2017 deel A

De SBR Richtlijnen worden vaak ingezet bij trillingsvraagstukken en bieden een goed toetsingskader, al is het niet zo dat het overschrijden van de grenswaarden automatisch betekent dat er ook meteen bouwkundige schade optreedt.

Ook is het niet gegarandeerd dat geen schade optreedt wanneer metingen aantonen dat de SBR grenswaarden niet worden overschreden. Je zult altijd een compleet pakket aan informatie moeten raadplegen. Een bouwkundige vooropname, en / of andere feitelijke gegevens uit hoogtemetingen etcetera zijn onmisbaar om de invloed van trillingen op een constructie goed te kunnen beoordelen.

De SBR Richtlijnen worden echter door iedereen serieus genomen. In Nederland is het haast ondenkbaar om trillingsvragen te onderzoeken en beantwoorden zonder iets met deze richtlijn te doen – en dat is maar goed ook.

Vernieuwing SBR Richtlijnen 2017 – deel A

In 2017 zijn de SBR Richtlijnen uit 2002 vernieuwd. Wat heeft deze vernieuwing ons gebracht ten opzichte van de richtlijn van 2002?

Is de SBR Richtlijnupdate in de dagelijkse praktijk een verbetering ?

Het korte antwoord is: ja!

Maar er valt ook meer te zeggen. Bijvoorbeeld over onze ervaring met de nieuwe SBR Richtlijnen – deel A: schade aan gebouwen.

Wat ons betreft zijn er drie duidelijke verbeteringen in de nieuwe richtlijn die ertoe hebben geleid dat conclusies eenduidiger kunnen worden getrokken:

1. Trillingsgevoeligheid van een gebouw eenvoudiger vast te stellen

De oude (2002) versie van de SBR Richtlijn ging uit van 3 verschillende bouwcategorieën om te bepalen wat de verschillende grenswaarden waren.

Categorie 1: gebouwen met een draagconstructie of onderdelen uit gewapend beton of hout.

Categorie 2: gebouwen uit metselwerk of vergelijkbare constructie.

Categorie 3: grofweg alle gebouwen met monumentstatus en gebouwen in een “slechte bouwkundige staat”.

Het bepalen van wat dan die “slechte bouwkundige staat” zou zijn, was tot 2017 een kwestie van expert judgement. Dit leidde tot veel discussies, omdat de ene bouwkundige anders tegen een bouwconstructie aankeek dan de andere. De 2017 editie van de SBR Richtlijnen kent alleen nog bouwcategorieën 1 en 2, waarbinnen een gebouw als trillingsgevoelig kan worden gemarkeerd. Met het wegvallen van de complexe categorie 3 met de vage definitie “slechte bouwkundige staat” is nu geen expert judgement meer nodig. De SBR richtlijn 2017 heeft een duidelijke bijlage 5: checklist bouwkundige staat. Dit is een eenduidig vraag-en-antwoord model met een transparant puntensysteem waaruit de trillingsgevoeligheid van een gebouw volgt. Een uitstekende verbetering als je het ons vraagt!

2. Beter inzicht in schadekans bij overschrijden grenswaarden

Zelfs wanneer uit een trillingsonderzoek bleek dat de berekende grenswaarden conform de SBR Richtlijnen 2002 werden overschreden, viel het trekken van een heldere conclusie over schade-risico nog niet mee.

Het overschrijden van de grenswaarden met een factor 4 leidde met de oude SBR Richtlijn 2002 tot eenzelfde conclusie als wanneer de grenswaarden slechts nipt werden overschreden: de kans op schade was “groter dan 1%”.

Maar iedere trillingsdeskundige weet dat er meer nuance en feiten nodig zijn om causale verbanden aan te tonen tussen overschrijding en risico dan de vaststelling “groter dan 1%”. Het hangt van allerlei lokale omstandigheden af – en het type scheurvorming – om goed vast te stellen of er daadwerkelijk trillingsschade is opgetreden.

In de nieuwe SBR richtlijn 2017 – deel A wordt rekening gehouden met deze nuance en worden dan ook verschillende ordegrootten van risico’s gehanteerd. Verschillende mate van overschrijding op de verschillende grenswaarden geven ook een andere ordegrootte van de kans op schade.

De nieuwe ordegrootten op de schadekans sluiten beter aan bij onze huidige praktijk voor trillingsmonitoring of causaliteitsonderzoeken achteraf. Het allerbeste blijft natuurlijk het monitoren of meten van meerdere parameters, zoals hoogtemetingen en het meten van bewegingen (tilt, automatische scheurmetingen of glasvezel koord metingen) in constructies die direct aan de trillingen gerelateerd kunnen worden.

3. Leesbaarheid SBR Richtlijnen 2017 in algemene zin sterk verbeterd

Onze algemene ervaring met de nieuwe SBR richtlijn uit 2017 is dat hij over de gehele linie beter leesbaar en begrijpelijker is dan de oude. Waar wij dat aan merken? Bijvoorbeeld aan het feit dat wij in onze rapportages voor klanten nu direct kunnen verwijzen naar passages uit de SBR Richtlijnen, zonder dat we een extra toelichting op de tekst hoeven te geven. Dit maakt ook onze eigen rapporten compacter en leesbaarder.

Petje af voor de schrijvers van de SBR Richtlijn 2017 – deel A!

Onze conclusie is dat de SBR Richtlijnen 2017 – deel A het mogelijk maken om objectievere en begrijpelijkere conclusies te trekken omtrent de kans op het ontstaan van trillingsschade aan een gebouw.

Wat ons betreft is een compliment op zijn plaats aan de commissie die het tot stand komen van deze nieuwe SBR Richtlijnen mogelijk heeft gemaakt.

Bel ons